U bent hier:Home>Regel je pensioen>Bijna met pensioen
Thema Regel je pensioen

Bijna met pensioen

Als je bijna met pensioen gaat, is het belangrijk om na te gaan hoeveel je straks ontvangt en hoeveel je nodig hebt. Je kunt ook een aantal keuzes maken.

1. Hoeveel AOW en pensioen krijg je?

De hoogte van de AOW hangt af van je leefsituatie en hoe lang je in Nederland hebt gewoond. Geef veranderingen in je leefsituatie daarom binnen 4 weken door aan de SVB.

Werk je in loondienst? Dan is de kans groot dat je werknemerspensioen hebt opgebouwd. Hoeveel pensioen je krijgt vind je op Mijn Pensioenoverzicht. Heb je het vermoeden dat er iets ontbreekt? Neem dan contact op met de pensioenuitvoerder.

Ben je zelfstandig ondernemer? Dan moet je zelf je pensioen regelen. Dat pensioen vind je niet op Mijnpensioenoverzicht.nl. 

2. Eerder of later met pensioen?

De ingangsdatum van je AOW ligt vast. Je kunt vaak wel kiezen wanneer je stopt met werken en wanneer je het werknemerspensioen wilt laten ingaan. Daarvoor zijn diverse mogelijkheden. Bekijk de voorwaarden, voordelen en nadelen en bedenk wat het beste bij je past.

Heb je een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening? Dan moet je ook bepalen wanneer je de uitkering daarvan laat ingaan. 

3. Hoeveel pensioen heb je nodig?

Bereken hoeveel geld je na je pensionering nodig hebt. Hoe hoog zijn je woonlasten straks? Wat voor wensen heb je na je pensionering. Verwacht je dat je op een gegeven moment hogere zorgkosten krijgt? Check of het pensioen, spaargeld en je eventuele andere inkomsten hoog genoeg zijn om de kosten te betalen. Let erop dat ook belastingen en toeslagen veranderen na jouw pensioen, geef dat tijdig door aan de Belastingdienst.

Je kunt ook kiezen voor een hoog-laag pensioen. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als je verwacht dat je de eerste jaren hogere uitgaven hebt, bijvoorbeeld als je nog een paar jaar moet aflossen op je hypotheek. Je mag je pensioen beperkt verhogen: het lage pensioen is minimaal 75% van het hoge pensioen. Een laag-hoog pensioen is soms ook mogelijk. Lees verder over de keuzemogelijkheden en de voor- en nadelen op onderstaande pagina.

4. AOW-gat?

Een AOW-gat betekent dat je minder pensioen ontvangt dan verwacht. Bijvoorbeeld omdat je niet continu in Nederland hebt gewoond, je eerder met pensioen bent gegaan dan de AOW-leeftijd, of omdat je prepensioen of wachtgeld stopt terwijl de AOW-leeftijd is gestegen. 

Als er een leeftijdsverschil is met je partner, dan krijgt de ene persoon eerder AOW dan de andere. De oudste partner ontvangt alleen AOW voor zichzelf, en niet voor de jongere partner. Heeft de jongste partner geen inkomen of gaat deze minder werken, dan kan dit tijdelijk voor een lager gezamenlijk inkomen zorgen.

5. Nabestaandenpensioen

Wanneer je overlijdt, stopt jouw AOW al na een dag. Als jouw partner ook AOW ontvangt, dan wordt het bedrag daarvan aangepast.

Ga na of, en hoeveel nabestaandenpensioen je partner en/of kinderen ontvangen als je overlijdt. Dat kan via Mijnpensioenoverzicht en via je pensioenuitvoerder. Voor de hoogte van het nabestaandenpensioen maakt het vaak uit of je voor of na de pensioendatum overlijdt en wat voor type pensioen je hebt. Ook is het belangrijk dat jouw partner is aangemeld bij het pensioenfonds.

Ben je in het verleden gescheiden? Dan heeft je ex-partner vaak recht op een bijzonder nabestaandenpensioen. Dit pensioen gaat af van het nabestaandenpensioen voor je huidige partner.

6. Uitruilen ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen

Denk je dat het nabestaandenpensioen niet voldoende is? Dan kun je vaak een stukje van je ouderdomspensioen ruilen voor een hoger nabestaandenpensioen. Dat kan wanneer je met pensioen gaat of voor die tijd. Het is soms ook mogelijk om nabestaandenpensioen te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen, indien jouw partner daarmee instemt. 

Vraag bij je pensioenfonds of pensioenverzekeraar wat de voorwaarden zijn en welke keuzes je op welk moment kunt maken.

7. Beschikbare premieregeling

Bij de meeste pensioenregelingen krijg je vanaf je pensioendatum een uitkering van de pensioenuitvoerder waar je ook het pensioen hebt opgebouwd. Dit is anders als je een beschikbare premieregeling hebt. Vaak heb je dan een pensioenbedrag bij elkaar gespaard. Hiermee moet je kort voor je pensionering een pensioenuitkering kopen. Dit kun je ook doen bij een andere pensioenuitvoerder dan waar je het pensioen hebt opgebouwd. Vraag bij je pensioenuitvoerder of een financieel adviseur na hoe dit werkt. 

8. Ex-partner en het recht op jouw pensioen

Als je eerder getrouwd bent geweest of hebt samengewoond heeft je ex-partner vaak recht op een deel van jouw ouderdomspensioen. In principe krijgen jullie allebei de helft van het pensioen dat je hebt opgebouwd in de tijd dat jullie samen waren. Dit is wel afhankelijk van het moment van de scheiding, maar ook van de afspraken die jullie hebben gemaakt. 

9. Heb je ook kleine pensioenen?

Op 1 januari 2019 zijn alle minipensioenen vervallen, dat zijn pensioenen tot €2 bruto per jaar. Het geld is nu van de pensioenfondsen en verzekeraars. Ook veranderden op 1 januari 2019 de regels voor pensioenen tussen €2 per jaar en €503,24 per jaar.  

Tot 1 januari 2019 mochten pensioenfondsen en verzekeraars die afkopen. De waarde van het pensioen werd op je bankrekening gestort. Mensen met veel wisselende banen bouwden daardoor te weinig pensioen op als hun pensioen elke keer wordt afgekocht.

Vanaf 1 januari 2019 zijn er drie mogelijkheden: het bedrag blijft staan, het wordt overgedragen aan het pensioenfonds waar je nu pensioen opbouwt of het wordt samengevoegd met andere kleine pensioenen. Ga naar Mijnpensioenoverzicht en bekijk bij welk pensioenfonds of welke verzekeraar je een klein pensioen hebt. Neem contact met hen op en vraag wat ze met dit pensioen gaan doen.

10. Persoonlijke checklist

Bij met pensioen gaan komt veel kijken en er zijn veel keuzes mogelijk. Ook zijn er gevolgen voor bijvoorbeeld belastingen en toeslagen die u zelf door moet geven. U kunt hiervoor eenvoudig een persoonlijke checklist maken: