U bent hier:Home>Regel je pensioen>7 manieren om je pensioen aan te vullen
Thema Regel je pensioen

7 manieren om je pensioen aan te vullen

Je krijgt straks van de overheid een AOW-uitkering. Als je in loondienst werkt of hebt gewerkt, ontvang je meestal ook werknemerspensioen. Voor één op de tien werknemers blijkt er echter niets geregeld. Is je AOW en werknemerspensioen voldoende om je uitgaven te kunnen betalen? Wat kun je doen als je denkt dat je toch meer inkomen nodig hebt, of als je geen of weinig werknemerspensioen hebt opgebouwd? 

1. Spaar met een lijfrente (bankspaar) product

Wil je regelmatig geld opzij zetten voor je pensioen? Denk dan aan een lijfrenteverzekering, bankspaarrekening of beleggingsrekening. Dit is een aanvulling op je werknemerspensioen. Je kunt maandelijks of jaarlijks geld storten in dit product. Je inleg is aftrekbaar als je kunt aantonen dat je een pensioentekort hebt. Je krijgt een deel van je inleg terug als aangifte inkomstenbelasting doet. Op de einddatum moet je het geld gebruiken om een pensioenuitkering te kopen. Je betaalt belasting over het bedrag dat je ontvangt als het pensioen is ingegaan.

2. Koopsompolis

Een koopsompolis is een bijzondere vorm van een lijfrenteverzekering. Bij een koopsompolis stort je eenmalig een bedrag, al kun je soms later nog geld bijstorten. Je verzekeraar of bank gaat dit geld beleggen. Op je pensioendatum koop je met het geld een uitkering.

Voor een koopsompolis gelden dezelfde belastingvoordelen als voor lijfrentes en bankspaarrekeningen. Laat je goed adviseren voor je een koopsompolis afsluiten.

3. Zelf sparen en beleggen

Je kunt ook zelf sparen of beleggen voor je pensioen. Het voordeel hiervan is dat je in principe altijd toegang hebt tot het geld. Over je spaargeld en beleggingen betaal je elk jaar belasting in box 3. Deze belasting betaal je als je vermogen boven een bepaalde drempel uitkomt. De drempel voor alleenstaanden is €50.650 (bedrag 2022), voor partners € 101.300 (bedrag 2022). Hoeveel vermogensbelasting je betaalt, hangt af van hoe groot je vermogen is. 

4. Hypotheek aflossen

Als je een hypotheek hebt die (deels) aflossingsvrij is, kun je meer gaan aflossen. Zo verlaag je je woonlasten als je met pensioen bent en heb je dus minder inkomsten nodig. Over het bedrag dat je aflost, betaal je geen rente meer. Hierdoor daalt wel de renteaftrek die je krijgt bij je belastingaangifte.

5. Bij je werkgever aandringen op een pensioenregeling

Voor ongeveer één op de 10 werknemers is geen aanvullend pensioen geregeld. Geldt dat ook voor jou dan kun je proberen om het gesprek hierover aan te gaan met je werkgever. Vraag hem waarom hij geen pensioenregeling aanbiedt. Ondertussen kun je voor draagvlak zorgen onder de rest van het personeel, bijvoorbeeld via de Ondernemingsraad (OR). Op de website van de Sociaal Economische Raad (SER) vind je meer tips en kun je ook een melding maken van het feit dat je geen pensioen opbouwt bij je werkgever.

6. De overwaarde van je huis verzilveren

Als je huis meer waard is dan je hypotheekschuld, kun je overwegen om je huis te verkopen. Je krijgt dan de overwaarde tot je beschikking. De overwaarde is de verkoopprijs min het nog af te betalen hypotheekbedrag. Je zult dit geld nodig hebben om in nieuwe woonruimte te voorzien. Ook kun je het gebruiken om je pensioeninkomen aan te vullen. Overigens zijn er ook constructies mogelijk om je overwaarde te gebruiken zonder je huis te verkopen. Laat je hiervoor adviseren door een financieel deskundige.

7. Werken naast je pensioen

Als je uiteindelijk toch te weinig inkomen hebt, kun je ook (blijven) werken na je pensionering. Dat heeft geen gevolgen voor je andere inkomsten. Je krijgt daardoor niet minder pensioen of AOW. Over het bedrag dat je verdient, betaal je inkomstenbelasting.