Wegwijzer naar betrouwbare informatie over jouw geldzaken
Alle thema's in één oogopslag
Meer thema's
thema

Checklist beleggen

Heb je geld dat je langere tijd niet nodig hebt? Dat kun je op een spaarrekening zetten. Je kunt ook kiezen voor beleggen. Dat levert misschien meer op dan een spaarrekening. Je loopt wel meer risico.

We geven 9 tips om je op weg te helpen. Rechts zie je een overzicht van de tips.
 

1. Weet wat de risico's van beleggen zijn

De waarde van je beleggingen is elke dag anders. De koersen kunnen flink schommelen. Dat moet bij je passen. Als je 's nachts wakker ligt van dalende beurskoersen is beleggen niets voor jou.   


2. Beleg alleen met geld dat je minimaal 5 jaar niet nodig hebt

Zorg eerst voor een buffer voor onverwachte uitgaven. Dan kun je een nieuwe wasmachine kopen of de reparatie van je auto betalen. Is je buffer groot genoeg? Dan kun je nagaan welk bedrag je de komende 5 tot 10 jaar, of langer, niet nodig hebt. En gebruik dat voor beleggingen.


3. Bedenk of je hulp inroept

Er zijn drie mogelijkheden om te beleggen:

  • zelf beleggen zonder advies,
  • zelf beleggen met advies van deskundige,
  • of iemand anders jouw beleggingen laten beheren.

Hierbij maakt het uit wat jouw ervaring en kennis is, de producten waarin je wilt beleggen en hoeveel risico je wilt nemen. Beleggen met advies of vermogensbeheer is vaak duurder dan zelf beleggen. 


4. Beleggen is veel meer dan handelen in aandelen

Bij beleggen denken de meeste mensen aan de aandelenbeurs, maar er zijn veel meer mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld ook beleggen in staatsobligaties. Die hebben een relatief laag risico. Je kunt ook beleggen in een beleggingsfonds. Een fondsbeheerder belegt je geld dan bijvoorbeeld in aandelen van verschillende bedrijven. De fondsbelegger probeert een bepaalde index te verslaan. Daarnaast kun je je geld steken in zogenaamde trackers. Die volgen een bepaalde index. Beleggen in trackers kan goedkoper uitvallen dan beleggen in een beleggingsfonds. Er zijn ook nog veel complexere beleggingsproducten, zoals opties en turbo’s. Hiervoor geldt vaak dat je snel meer winst kunt maken maar ook dat je in een keer je kapitaal kwijt kunt raken of zelfs geld toe moet leggen. Laat je hier goed over informeren en adviseren.


5. Weet waar je in belegt

Beleg nooit in beleggingsproducten die je niet goed begrijpt. Vraag advies aan een adviseur. Zeker als er hoge rendementen worden beloofd, is het verstandig om je goed in de risico’s te verdiepen. Ga ook na of de AFM een waarschuwing heeft gegeven voor een aanbieder van beleggingen. 


6. Kijk goed naar de kosten

Kijk vooraf hoeveel geld je periodiek betaalt voor de beleggingen. Hiervoor maakt het uit of je zelf belegt of dat iemand anders je beleggingen beheert. Als je periodiek geld in je ‘beleggingspot’ inlegt, dan gaat hier waarschijnlijk een deel af voor beheer en transactiekosten.


7. Controleer de aanbieder van beleggingsproducten

Beleggen kan via verschillende aanbieders. Check hoe betrouwbaar je bank of adviseur is. Staat die onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM)? Als jouw aanbieder ingeschreven staat bij het Dutch Securities Institute, dan moet hij voldoen aan bepaalde deskundigheidseisen en zich aan bepaalde regels houden. Vraag ernaar.


8. Leen geen geld om te beleggen

Beleggen met geleend geld is niet verstandig. Het geleende bedrag moet je terugbetalen, ook als je belegging minder waard wordt. Je blijft dan zitten met een schuld.
 

9. Houd je beleggingen in de gaten

Beleg je zelf? Volg je beleggingen goed en zorg voor een goede spreiding over verschillende beleggingscategorieën. Zo verklein je de financiële risico's. Wissel niet te vaak, dan ben je veel geld kwijt aan transactiekosten.

Bewaar deze informatie
download als pdf
Deel deze informatie met anderen:
Op deze pagina