U bent hier:Home>Regel je pensioen>Wat staat er in het Pensioenakkoord 2019
Thema Regel je pensioen

De gevolgen van het Pensioenakkoord 2019

De regering, werkgevers en werknemers hebben afspraken gemaakt over een aantal veranderingen in het pensioenstelsel. Deze afspraken staan in het Pensioenakkoord 2019. Dit pensioenakkoord moet de kans op pensioenkortingen verkleinen. De veranderingen raken vrijwel iedereen. Hieronder vind je een overzicht van de voorgestelde veranderingen. 

Nog niet alle afspraken zijn definitief

De leden van de vakbonden zijn akkoord met de voorstellen. Nu moeten de belangrijkste voorstellen verder worden uitgewerkt. Naar verwachting worden die op z'n vroegst op 1 januari 2023 bij wet geregeld en krijgen pensioenfondsen de tijd om de veranderingen gefaseerd in te voeren tot 2027. Op deze pagina houden we alle veranderingen bij. Sommige veranderingen staan al wel vast, zoals de AOW-leeftijd tot 2026. 


AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog

De AOW-leeftijd tot 2026 ligt vast:

  • Tot 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden.
  • In 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 7 maanden.
  • In 2023 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 10 maanden.
  • In 2024 en 2025 is de AOW-leeftijd 67 jaar.

Na 2025 gaat de verhoging van de AOW-leeftijd door, maar minder snel dan nu het geval is. 

  • In 2026 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar.

Hoe zit het met vroegpensioen als je AOW eerder ingaat dan verwacht?

Maak je nu gebruik van vroegpensioen? Dan is de kans groot dat je een hoger pensioen ontvangt tot je AOW ingaat. Daarna gaat je pensioen omlaag. Dat heet ook wel een hoog-laagpensioen. Door het Pensioenakkoord gaat de AOW eerder in dan was verwacht. Wat betekent dat voor je vroegpensioen? Je kunt kiezen uit deze twee mogelijkheden:
Je laat je 'hoge' pensioen doorlopen tot de leeftijd waarop je AOW eerst zou ingaan. Daarna gaat je pensioen omlaag. Je ontvangt dan een tijdje een hoog pensioen én je AOW.
Je laat je pensioen op je nieuwe AOW-leeftijd verlagen. Het pensioen dat je 'misloopt' wordt uitgesmeerd over over de toekomstige jaren dat je nog pensioen ontvangt.


Vroegpensioen 3 jaar voor je AOW-leeftijd

Op dit moment moet je werkgever een hoge boete betalen als je van je werkgever geld krijgt om met vervroegd pensioen te gaan. Vanaf 2021 betaalt je werkgever die boete niet als:

  • je 3 jaar voor je AOW-leeftijd met pensioen gaat, en
  • je van je werkgever maximaal € 19.000 per jaar ontvangt vanaf de datum waarop je stopt met werken tot je AOW-leeftijd.

Werkgevers en werknemers kunnen hierover onderling afspraken maken, bijvoorbeeld om deze vorm van vroegpensioen vast te leggen in de cao.   

Pensioen en arbeidongeschiktheid voor zzp'ers

Er komt waarschijnlijk geen verplicht pensioen voor zzp'ers. Wel kunnen ze makkelijker deelnemen aan een pensioenregeling. Zzp'ers krijgen wel te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Alleen als ze zelf voldoende middelen hebben voor een inkomen bij ziekte, geldt de verplichting niet. De voorwaarden weten we op dit moment nog niet.


Pensioenopbouw bij pensioenfondsen

De pensioenopbouw bij pensioenfondsen gaat veranderen. Als je pensioen opbouwt bij een pensioenfonds, betaalt je werkgever voor elke werknemer evenveel premie. Het maakt niet uit hoe oud de werknemers zijn. Daardoor betaalt een werkgever voor jongere werknemers te veel premie en voor oudere werknemers te weinig. Een deel van de premie voor jongere werknemers gaat naar het pensioen van oudere werknemers. Dat systeem (de doorsneepremie) werkte ooit goed, maar nu niet meer. Daarom gaat dit veranderen. De verwachting is dat jouw pensioenpremie helemaal voor jouw pensioen is. Voor mensen halverwege hun loopbaan kan de overstap nadelig zijn. Daarom krijgen zij een compensatie. Of er komen voor hen andere afspraken. Hoe die compensatie er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk en kan verschillen per pensioenuitvoerder. 

Wat is de doorsneepremie?

Bijna alle pensioenfondsen gebruiken de zogenaamde doorsneepremie. Hierbij betaalt de werkgever voor elke werknemer dezelfde premie, hoe oud de werknemer ook is. Door dit systeem betaalt een werkgever voor werknemers tot ongeveer 45 jaar 'te veel' en oudere werknemer 'te weinig'. Dat 'te veel' voor de jongere werknemers gaat naar het pensioen voor de oudere werknemers.
Zo betalen jongere werknemers voor het pensioen van oudere werknemers. In een tijd waarin werknemers hun hele leven hetzelfde pensioenfonds blijven, werkt dat goed. Maar de arbeidsmarkt is veranderd. Er zijn meer zelfstandigen en mensen wisselen vaker van baan. Daarnaast speelt ook de vergrijzing een rol. Om deze en meer redenen is de doorsneepremie niet meer van deze tijd. Daarom bestaat al langer de wens om dit systeem aan te passen. Dat heeft wel gevolgen voor de pensioenopbouw. Wat dat precies betekent, is nu nog niet duidelijk.


Pensioenopbouw bij verzekeraars

Ook de pensioenopbouw bij verzekeraars gaat veranderen. Bij verzekeraars is de hoogte van de pensioenpremie afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. Voor jonge werknemers betaalt een werkgever (veel) minder pensioenpremie dan voor oude(re) werknemers. Het is de bedoeling dat een werkgever straks voor elke werknemer evenveel premie betaalt. Het maakt dan niet uit hoe oud de werknemer is. Wat dat betekent voor je pensioen, is nog onduidelijk.  

Eenmalig bedrag opnemen op pensioendatum

Vanaf 1 januari 2023 mogen deelnemers eenmalig een bedrag opnemen. De resterende levenslange pensioenuitkering is daarna wel lager. Daarom gelden de volgende voorwaarden:

  • de hoogte van het bedrag is maximaal 10% van het ouderdomspensioen;
  • het bedrag kan alleen op de pensioendatum worden opgenomen;
  • stapelen met hoog-laagpensioen kan niet;
  • na de eenmalige opname moet de resterende levenslange pensioenuitkering boven de afkoopgrens van kleine pensioenen liggen.

Meer werknemers moeten pensioen opbouwen

Er zijn nog steeds veel werknemers die geen pensioen opbouwen. Naar schatting gaat het om 1 op de 10 werknemers. Daarnaast bouwen uitzendkrachten vaak pas pensioen op als ze minimaal 26 weken werken. In het Pensioenakkoord 2019 is afgesproken dat meer werknemers pensioen moeten gaan opbouwen. Het is nog niet duidelijk hoe dat gaat uitpakken. Om meer inzicht te krijgen in de redenen waarom werkgevers hun werknemers geen pensioenregeling aanbieden is de Sociaal Economische Raad (SER) een meldpunt gestart. Hier vind je ook tips over wat je in dat geval zelf kunt doen. 


En de pensioenkortingen?

Je hebt het waarschijnlijk wel gelezen of gehoord. Veel pensioenfondsen moeten de pensioenuitkeringen verlagen. Dat is nodig om aan de pensioenregels te voldoen. De afspraken uit het  Pensioenakkoord 2019 betekenen dat je pensioen misschien gelijk blijft of minder daalt. Wat er precies met je pensioen gebeurt, hangt af van het pensioenfonds waar je pensioen opbouwt.