U bent hier:Home>Actueel>Wetsvoorstel voor andere verdeling van het pensioen bij scheiding

De verdeling van het pensioen bij scheiding gaat veranderen

Op dit moment blijven de meeste ex-echtgenoten of ex-geregistreerde partners via hun pensioenregeling financieel levenslang met elkaar verbonden, ook als ze al lang uit elkaar zijn. Dat is het gevolg van de huidige wettelijke regeling. Dat kan vervelende situaties opleveren. Twee voorbeelden:

  • De ex-partner die recht heeft op een deel van het pensioen is afhankelijk van de ex-partner die het pensioen opbouwt. Kiest de pensioenopbouwende ex-partner voor vervroeging of uitstel van de pensioendatum? Dan gaat het pensioen van de ex-partner ook eerder of later in.  
  • Kiezen de ex-partners voor een verdeling van het pensioen volgens de wet? Dan moet de pensioenuitvoerder aan beide ex-partners een deel van het pensioen betalen. Dat geldt alleen als de pensioenuitvoerder binnen 2 jaar na de scheiding op de hoogte is van de scheiding. Hoort de pensioenuitvoerder dat niet, of te laat? Dan kan de pensioenuitvoerder het volledige pensioen aan de ex-partner betalen die het pensioen heeft opgebouwd. Die ex-partner moet een deel van het pensioen doorbetalen aan de ander. Dat kan ruzie of ongemakkelijke situaties opleveren.


Wet Verdeling pensioen bij scheiding gaat op 1 juli 2022 in

Door de coronacrisis is de behandeling van deze wet uitgesteld. Daarom besloot minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de nieuwe wet in te laten gaan op 1 juli 2022. 

In dit artikel hebben we de ingangsdatum aangepast naar 1 juli 2022.

Als het aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ligt, gaat dat op 1 juli 2022 veranderen. Vanaf 1 juli 2022 gaan de opgebouwde pensioenrechten ook uit elkaar als echtgenoten of geregistreerde partners hun relatie beëindigen. 

Hoe gaat het verdelen van het pensioen vanaf 1 juli 2022?

De belangrijkste regels op rij:

  • Net als nu heeft elke partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.
  • De ex-partner die recht heeft op een deel van het pensioen krijgt vanaf half 2022 een eigen pensioenrecht. Dat heet ook wel 'conversie'.   
  • De ex-partner die een deel van het pensioenrecht krijgt, kan straks zelf bepalen wat hij met dat deel van het pensioen doet: eerder of later laten ingaan, een vast of een variabel pensioen, een hoog-laagpensioen. Lees het artikel Hoe flexibel is jouw pensioen? voor alle keuzes die er zijn.
  • Heeft de pensioenregeling een nabestaandenpensioen op opbouwbasis? Dan is er bij een scheiding sprake van bijzonder nabestaandenpensioen. Vanaf 2022 hebben allebei de ex-partners recht op de helft van het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Nu nog gaat het nabestaandenpensioen dat is opgebouwd voor en tijdens het huwelijk naar de ex-partner die het pensioen niet opbouwde.   
  • Deze manier van verdelen van het pensioen gaat vanaf 1 juli 2022 vanzelf. De ex-partners hoeven niets te doen als ze het eens zijn met de (nieuwe) wettelijke regeling. Andere afspraken zijn mogelijk, maar die moeten bij de scheiding gemaakt worden. De ex-partners moeten afwijkende afspraken binnen 6 maanden doorgeven aan hun pensioenuitvoerders. 

Pensioen verdelen nu en vanaf half 2022

De wettelijke regels rondom de verdeling van het pensioen bij scheiding zijn ingewikkeld. Daardoor is het ook niet gemakkelijk om uit te leggen wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de huidige regeling en de wettelijke regeling die vanaf 1 juli 2022 geldt. We hebben een tool gemaakt waardoor je sneller kunt zien wat de verschillen zijn.

Deel deze informatie met anderen:
Hoe gaat de wettelijke verdeling van pensioen bij scheiding vanaf 2021?

Op 16 september 2019 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken het Wetsvoorstel verdelen van pensioen bij scheiding 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet is de opvolger van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. De nieuwe wet lost een aantal belangrijke nadelen op.

Deze tool laat zien wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de huidige wet en het wetsvoostel. Het is de bedoeling dat de nieuwe wet op 1 januari 2021 ingaat.