Checklist sparen
Sparen is je geld niet uitgeven maar bewaren, in een spaarpot of
op een spaarrekening. Bij sparen loop je weinig financiële
risico's. Het blijft van jou en als je het op een spaarrekening
zet, krijg je rente.
1. Bekijk eerst of je geld overhoudt om te
sparen. Hoeveel kun je elke maand missen?
2. Loop je huis eens door. Als er grote dingen kapot gaan, zoals
je wasmachine of tv, kun je ze dan vervangen? Zet hiervoor
geld apart op een spaarrekening als dat kan.
3. Er zijn verschillende spaarregelingen.
Rekeningen waarbij je elke maand een vast bedrag stort, waar je
elke dag over je geld kunt beschikken en rekeningen waarbij je je
geld voor langere tijd vast zet. Spaarvormen met een hogere rente
hebben vaak speciale voorwaarden. Lees de voorwaarden en zorg dat
je ze goed begrijpt.
4. Zoek en vergelijk. Er zijn
websites die financiële producten van verschillende banken en
ondernemingen vergelijken. Let op, die sites zijn niet altijd
onafhankelijk en ze vergelijken ook niet altijd alle
aanbieders.
5. Zoek uit wat voor soort spaarrekening het beste bij
jou past. Vergelijk de rentes van de verschillende banken
voor het (internet)sparen. Let ook op bijzondere voorwaarden zoals
kosten voor het opnemen van geld.
6. Spaar je voor een bepaald doel? Reken uit hoelang en
hoeveel je moet sparen om je doel te bereiken. Een
voorbeeld. Je spaart vijf jaar € 100 per maand. Bij een rente van
3% heb je na vijf jaar € 6.562. Wil je in vijf jaar € 10.000
sparen? Dan moet je bij een rente van 3% elke maand € 152 opzij
zetten.
7. Je kunt vaak ook sparen via je werkgever. Zo
mag je per jaar een bepaald bedrag sparen met de spaarloonregeling.
Je kunt ook gebruik maken van de levensloopregeling, dan mag je elk
jaar tot maximaal 12% van je brutoloon sparen.
8. Een levensverzekering die een vast bedrag
uitkeert bij overlijden óf op de einddatum van de verzekering,
is ook een vorm van sparen. Hierbij verzeker je je
tegen de financiële risico's van vroeg overlijden.
9. Houd rekening met het rente-op-rente effect.
Als je elk jaar de rente op je spaarrekening laat bijschrijven,
levert die rente ook weer rente op. Dat zorgt dan weer voor steeds
grotere rente-inkomsten.
10. Leen geen geld als je nog spaargeld hebt.
De rente die je betaalt voor een lening is altijd hoger dan de
rente die je krijgt op spaargeld.